
Borstkankerscreening redt nog altijd levensDE STANDAARD
Het KCE wijst op beperkingen van borstkankerscreening, maar gebruikt oude cijfers die het zelf als zwak bewijs omschrijft, schrijven Marleen Finoulst en Jan Lamote.
Borstkanker treft jaarlijks ongeveer 11.000 vrouwen in België. Daarvan is zo'n 20 procent jonger dan 50 - jaar en ongeveer 38 procent is 70 jaar of ouder. De overlevingskansen zijn goed tot zeer goed bij vroegtijdige opsporing. Ondertussen worden alleen vrouwen tussen 50 en 69 jaar uitgenodigd voor een tweejaarlijkse borstkankerscreening via het Bevolkingsonderzoek Borstkanker, een programma dat door de Vlaamse Overheid precies 25 jaar geleden geïnstalleerd werd.
De laatste jaren toont het Belgisch Kankerregister een lichte stijging van borstkanker bij jongere vrouwen. Omdat ze buiten de screening vallen, wordt borstkanker bij hen gemiddeld in een later stadium gediagnosticeerd. Dat laatste geldt ook voor oudere vrouwen. Omdat zeventigers niet meer worden uitgenodigd voor een screeningsmammografie, verliezen ze aandacht voor de alarmtekens voor borstkanker. Daarom stelt het European Commission Initiative on Breast Cancer voor om de screening uit te breiden naar de leeftijdsgroep 45 tot 74 jaar.
Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) raadt die uitbreiding af op basis van zijn nieuwe studie. Iedere vrouw kan, op advies van de huisarts of gynaecoloog - die rekening kan houden met persoonlijke risicofactoren, bijvoorbeeld een familiale belasting - op doorverwijzing een mammografie laten uitvoeren. Ook is het belangrijk om vrouwen alert te maken voor de alarmtekens van borstkanker (knobbeltje in de borst, ingetrokken tepel, tepelafscheiding …), want de meeste borstkankers worden door de vrouw zelf ontdekt.
Afschrikwekkende boodschap
Borstkankerscreening heeft een aantal voordelen: het vermindert de sterfte door borstkanker en door de grotere kans op een vroegtijdige diagnose neemt het aantal mutilerende borstamputaties af. Het KCE benadrukt in zijn communicatie over zijn nieuwe rapport evenwel vooral de nadelen van screening (DS 9 juli) : zelfs voor vrouwen tussen 50 en 69 jaar zouden de nadelen van screening groter zijn en de voordelen kleiner dan gedacht. Het zou weinig kosteneffectief zijn, gevaarlijke kankers zouden de screening vaak te snel af zijn en screening vindt tumoren die niet behandeld moeten worden. Meer nog, 30 procent van alle behandelingen (operatie, bestraling, chemo, hormoontherapie ...) na screening zou overbodig zijn. Overbehandeling is een probleem bij elke screening , maar 30 procent is een afschrikwekkend hoog cijfer.
In het rapport wordt voorts vermeld dat het KCE zich baseert op oude tot zeer oude studies (uit de jaren 60 tot 90) waarvan de zekerheid van het bewijs laag tot zeer laag is. Over twee Canadese studies uit de jaren 80 die mee zijn opgenomen, oordeelden Canadese wetenschappers in 2021 zelfs dat ze beter niet meegewogen worden bij nieuwe adviezen rond borstkankerscreening, vanwege bias.
Overigens is het rapport kritisch voor recente observationele studies die beter zouden aansluiten bij de huidige screenings- en behandelrealiteit, maar om redenen van bias werden die dan weer niet meegenomen. In de conclusie van het KCE-rapport staat dan ook terecht vermeld dat de bewijskracht van de cijfers beperkt en onzeker is. Het staat ook in het persbericht: “We zijn helemaal niet zeker over de grootte van de voor- en nadelen van het huidige borstkankerscreeningsprogramma, omdat de studies waarop ze gebaseerd zijn oud en van matige kwaliteit zijn.”
Oude wijn in nieuwe zak
Het nieuwe rapport is gebaseerd op dezelfde methodologisch zwakke studies als het KCE-rapport uit 2014 over borstkankerscreening, met inbegrip van de twee Canadese studies, maar de teneur van de communicatie is gewijzigd. Terwijl in 2014 werd benadrukt dat vrouwen in de doelgroep duidelijk geïnformeerd moeten worden over de voor- en nadelen van borstkankerscreening, verschuift de aandacht nu naar overdiagnose. De geschatte overdiagnose bij borstkankerscreening van vrouwen tussen 50 en 69 jaar varieert danig afhankelijk van de gebruikte onderzoeksmethode, zo maken we zelf op uit de literatuur. De meeste cijfers schommelen tussen 11 tot 19 procent van de gediagnosticeerde borstkankers op basis van gerandomiseerd onderzoek (RCT) en bedragen minder dan 10 procent op basis van observationele studies. Ondanks de overdiagnose vermindert borstkankerscreening de sterfte door borstkanker.
Er worden nu studies uitgevoerd die nagaan in hoeverre gepersonaliseerde screeningsprogramma's, waarbij de screening wordt afgestemd op het individuele risico, de veralgemeende screening zouden kunnen vervangen. En er lopen studies over de impact van AI op de screeningsdiagnostiek met modernere mammografietoestellen. Die resultaten kunnen nieuw licht werpen op borstkankerscreening.



